Burgerinitiatief en initiatiefreferendum in het kort

Sinds oktober 2004 kunnen Amsterdammers een idee of voorstel voorleggen aan de Amsterdamse gemeenteraad (het burgerinitiatief), als zij hiervoor eerst 1100 handtekeningen inzamelen. De raad kan het overnemen, dan eindigt het initiatief en is iedereen blij. Als de raad het afwijst, dan hebben de initiatiefnemers het recht om door inzameling van 25.000 handtekeningen een initiatiefreferendum over hun voorstel te krijgen. De gemeenteraad mag daar bij het referendum een alternatief voorstel naast zetten, dat eventueel elementen van het burgerinitiatief mag bevatten. De burgers hebben dan 3 keuzes: het burgerinitiatief, het alternatief voorstel van de raad of geen van beide. De uitslag van het referendum is geldig als 20 procent van de kiesgerechtigden komt stemmen.

Het idee of voorstel mag een geheel nieuw onderwerp zijn, maar mag ook een verzoek aan de gemeenteraad inhouden om een besluit niet te nemen (corrigerend burgerinitiatief), of een mengvorm daarvan. Het oude correctieve referendum dat Amsterdam had, is daarmee ingebouwd in dit nieuwe systeem van burgerinitiatief en initiatiefreferendum.

De belangrijkste verschillen met het oude referendum op een rij:

1. Bij het oude referendum konden burgers alleen ‘nee’ zeggen tegen plannen van de gemeente. In het nieuwe systeem kunnen zij zelf voorstellen op de agenda zetten en eventueel tot onderwerp van een referendum maken. Dat is constructiever en neemt burgers meer serieus.

2. De vraagstelling van het oude referendum was altijd voor of tegen een voorgenomen gemeenteraadsbesluit. In het nieuwe systeem is er de mogelijkheid van een meerkeuzereferendum met 3 opties: het burgervoorstel, het alternatief voorstel van de gemeenteraad of geen van beide. Doordat het voorstel van de raad elementen mag bevatten van het burgervoorstel, en de burgers meer keuzevrijheid hebben, kan het beste voorstel uiteindelijk uit de bus komen.

3. Bij het oude referendum was de uitslag pas geldig als minimaal de helft van de opkomst bij de laatste raadsverkiezingen tegen stemde. Daardoor had je bij het referendum een effectieve opkomst van 40 á 50 procent van de kiesgerechtigden nodig. Bij het nieuwe referendum is het voldoende als 20 procent van de kiesgerechtigden gaat stemmen. De gewone meerderheid beslist.

4. Bij het nieuwe referendum zijn er betere spelregels voor een eerlijk debat. De rol van de onafhankelijke referendumcommissie is vergroot, de burgergroep en de gemeente krijgen beide evenveel geld om campagne te voeren.

 

Burgerinitiatief en initiatiefreferendum in het kort

De procedure stap voor stap

De verordening (PDF)

Over Amsterdams Initiatief

Contact

Archief


Bekijk ook onze partnersites:

www.referendumplatform.nl
www.iri-europe.org